Stel dat ik de alles uiterst volgens de regels wil doen, wat staat me dan te wachten… --> zie hieronder
‘k heb wat rond zitten spitten en ben het volgende te weten gekomen. Voor mij was het verhelderend, wellicht dat een andere forumgebruiker er wat aan heeft.
Onder een ingrijpende restauratie wordt verstaan:
De beschadigde voor- of achterzijde van een voertuig met een zelfdragende carrosserie is vervangen door het onbeschadigde deel van een soortgelijk voertuig. Deze vorm van reparatie komt met name voor bij zware schade. In dit geval is het carrosseriedeel dat meer dan de helft van de carrosserie omvat bepalend voor de identiteit van het voertuig. Indien het identificatienummer dat bij het grootste deel behoort niet reeds van fabriekswege aanwezig is, brengt de RDW het aan. Wanneer het grootste carrosseriedeel afkomstig is van een buitenlandse auto moet u bovendien BPM (Belasting Personenauto’s en Motorrijwielen) en de Verwijderingsbijdrage betalen.
Bij de keuring moet u aan de hand van documenten kunnen aantonen van welke voertuigen de gebruikte onderdelen afkomstig zijn. Van het carrosseriedeel zonder identificatie-nummer moet u bovendien het bijbehorende plaatdeel met het oorspronkelijke identificatienummer overleggen. Bij deze vorm van samenstellen verdient het aanbeveling om voor de reparatie een vooronderzoek te laten verrichten door de RDW.
Over de documenten schrijft het RDW het volgende, echter is dit ietwat gedateerd:
De identificatie van een samengesteld voertuig (alsmede de technische keuring) wordt uitgevoerd door de RDW. Bij het onderzoek moeten het voertuig of de gebruikte onderdelen identificeerbaar zijn. Het is daarom van belang om de eventueel aanwezige typeplaatjes niet tijdelijk te verwijderen tijdens de werkzaamheden. Juist de originele bevestiging vormt een belangrijk identificatiemiddel.
Bovendien moet de herkomst van het voertuig en de voertuigonderdelen aantoonbaar zijn aan de hand van documenten. Deze kunnen, afhankelijk van de situatie, zowel kentekenbewijzen als facturen voor de betreffende voertuigen en onderdelen zijn. Indien het onderdeel met het oorspronkelijke identificatienummer wordt vervangen, moet u bij de keuring altijd het plaatdeel met het oorspronkelijke identificatienummer inleveren.
Inmiddels geldt het volgende:
Behalve het aantonen met het originele document van het vorige buitenlandse kenteken is de RDW ook bereid andere hulpmiddelen bij de identificatie van het voertuig te accepteren.
Dat kunnen zijn:
- het originele typeplaatje
- een verklaring van de fabrikant van het voertuig
- een invoerdocument
- een naslagwerk over het betreffende voertuig
- een originele aankoopnota
- een defensiekenteken van een voormalig legervoertuig
Ook een bouwjaarverklaring van de FEHAC kan hulpmiddel zijn bij de identificatie.
Wat betreft de BPM:
Voor het bepalen van de BPM had ik een nieuwprijs nodig, daarvoor heb ‘k een vergelijkbaar model opgezocht.
http://www.autowereld.nl/info/opel/manta/1900-sr-de-luxe-23526/details.html
Daarna heb ik op
http://www.bpmberekenen.com de meeste waarden ingevuld die ik kon vinden.
Dit zou er op neer komen dat de te betalen BPM onder de €100,- ligt. Ik twijfel nog een beetje aan deze waarde, maar is er iemand die dit kan bevestigen?
Het is dus even de vraag of ik voldoende bewijsmateriaal heb om de auto alsnog ‘in te voeren’. Gezien de omstandigheden is het verstandig om een vooronderzoek uit te laten voeren. De kosten daarvan zijn mij niet bekend.
Dit zijn voor zover mijn bevindingen, laat het me graag weten als ik iets over het hoofd zie!?
Andries