Dat geld voor alle materialen behalve rubber.
Rubber is het enige materiaal waarbij de wrijvingskracht toeneemt met het oppervlak.
Dit heeft te maken met de fysische eigenschappen van rubber. Dit heeft ook nog eens te maken met de temperatuur, hoe hoger de temperatuur van het rubber, hoe groter fysische grip (hoe meer het rubber plakt). Op bedrijfstemperatuur zal een brede band van het zelfde materiaal meer grip hebben dan een smalle band. Bedrijfstemperatuur is dan ook het magische woord.
Winterbanden hebben een lagere bedrijfstemperatuur, vandaar dat er wordt geadviseerd bij temperaturen onder de 7 graden over te schakelen op ander rubber. Hiervoor maakt het niet uit of het brede of smalle banden zijn.
Waarom in de winter smalle banden (en hogere):
1. Smalle banden hebben minder oppervlak dus verliezen minder warmte, ze bereiken een hogere bedrijfstemperatuur en behouden deze beter.
2. Hoge banden vervormen meer en genereren zo meer warmte.
3. Smalle banden voeren beter water af.
4. Smalle banden hebben een kleiner frontaal oppervlak, hierdoor drukken ze de sneeuw beter in, brede banden kunnen gaan zweven.
5. Smalle banden vervormen meer waardoor de lamellen beter werken en zichzelf dus beter reinigen.
Punten 1, 2 en 3 zijn in Nederland het belangrijkst, en leggen uit waarom het ook in Nederland verstandig is om met smallere winterbanden te gaan rijden.